Zondag 23 Juni

Twee dagen lig ik in het water
En is de vreugde algemeen
In zelfs het kleinste stadje staat er
Een mensenmassa dicht opeen

Ik hoor geroep, gejuich, geschater
Het gaat me soms door merg en been
Het lijkt wel openluchttheater
Of een langzame formule 1

Ze worden steeds maar idolater
Ik ben voor hun een fenomeen
Als ik faal sla ik een flater
En is de kater algemeen

Ik ben op zich geen mensenhater
Maar wat hier gebeurt is haast obsceen
Straks moet ik naar de psychiater
Want ik heb geen hart van steen

Dus ik denk maar veel aan later
Dan is alles weer sereen
Ik ben van nature niet zo’n prater
Dan ben ik lekker weer alleen